‘We moeten de democratie onderhouden’

Door Aafke Kok, wetenschapsjournalist

Het internettijdperk, klimaatverandering, globalisering: de ontwikkelingen gaan snel en de gevolgen zijn complex. Een kleine eeuw geleden zag de samenleving er nog heel anders uit. Jean Tillie, hoogleraar Politicologie aan de Universiteit van Amsterdam en decaan van de faculteit Maatschappij en Recht van de Hogeschool van Amsterdam, vertelt hoe de rol van de overheid is mee veranderd.

‘Vanaf het einde van de Tweede Wereldoorlog onderscheid ik grofweg drie fasen. De eerste is de verzuiling. Zolang de overheid ervoor zorgde dat de elites van de zuilen (katholieken, protestanten, liberalen en socialisten, red.) het met elkaar eens waren, nam de achterban alles min of meer kritiekloos over. Het was een rustige periode. ‘Daarna begonnen de ‘lange jaren ‘60’, tot begin jaren ’80. De hippies, krakers en provo’s stelden autoriteit ter discussie. Dat zorgde voor een enorme verwarring.

Jean Tilly is spreker tijdens spreker het Doxis Seminar 2019

Jean Tillie spreekt tijdens het Doxis Seminar 2019

Ineens moest de burgemeester het leger inzetten bij krakersrellen in Amsterdam. Die dacht vast ook: wat is dit, waar zijn we mee bezig? ‘Vervolgens gebeurde er een heleboel tegelijk. Technologische veranderingen, de komst van het internet, de ecologische crisis, globalisering. En Europa natuurlijk, waardoor de positie van de nationale overheid verzwakte.’

Hoe gaat de overheid daarmee om?

‘Neem het issue gasgebruik waar we vanaf moeten. In de verzuiling had iedereen gezegd: oké, als zij het zeggen, dan doen we dat. In de jaren ’60 zouden de mensen reageren met ‘Hoezo? Waar gaat dit over? Daar komt zeker kernenergie voor in de plaats?’ Tegenwoordig moet de overheid met heel veel partners praten om iets gedaan te krijgen, en met evenzoveel belangen rekening houden.’

Is dat een goede ontwikkeling?

‘Ja, in die zin dat controle van veel kanten effectief is tegen corruptie. Dat kan werken als de overheid het goed aanpakt. Als je naar de overkant van een drukbezocht plein wilt dan kun je overal dwars doorheen lopen. Maar het is beter om langs alle groepjes mensen te laveren om aan de overkant te komen. Dat moet de overheid ook doen. Rekening houden met al die verschillende mensen.’

Lukt dat onze overheid?

‘Wisselend. De poldermentaliteit zit wel in onze aard, dat is gunstig. Natuurlijk gaat het niet altijd goed, maar als je even uitzoomt: we hebben geen oorlog en we zijn een rijk land. Nederland heeft het best goed voor elkaar.’

Hoe verandert de rol van de overheid in de toekomst?

‘Die vraag is onmogelijk te beantwoorden. Ik denk dat de complexiteit alleen maar toeneemt. Terug naar de jaren ’50 zal niet snel gebeuren. In moeilijke tijden is de tendens dat mensen behoefte hebben aan duidelijkheid. Orthodoxe en nationalistische stromingen nemen toe. Daar ligt een taak voor de overheid, om de democratie te onderhouden en sociale cohesie te bevorderen.’

Hoe moet de overheid dat doen?

‘Door continu het gesprek te blijven voeren. We hebben hier al tachtig jaar geen oorlog meer, maar dat moet je niet als vanzelfsprekend beschouwen. Sociale cohesie gaat niet om het bouwen van vriendschappen tussen verschillende mensen, vrienden ben je vaak met mensen die op je lijken. Juist de zwakke verbanden zijn belangrijk. De korte verbintenissen die je aangaat met compleet andere mensen: daar bouw je sociale cohesie mee.’